Samenkomst bestuur en medewerkers

Voor het eerst sinds januari 2020 konden bestuur en medewerkers van Erfgoed Aalter elkaar nog eens ontmoeten op woensdagavond 29 september 2021. Plaats van afspraak was de vergaderzaal van ’t Koffieboontje, letterlijk in de schaduw van de Aalterse kerktoren. Er volgde een terugblik op de voorbije maanden. Het gelijknamige erfgoedtijdschrift was voor veel lezers een welgekomen afwisseling in tijden van pandemie en lockdown. Voor het najaar is deelname voorzien aan de Nacht van de Meetjeslandse Kerken (20-21 november 2021) en is op vrijdagavond 10 december 2021 een optreden gepland met het nieuwe programma van Erik Wille over de Tweede Wereldoorlog.

Op de foto: zittend: Simon Van Damme, Dries Alyn, Marc D’Hooge, Ine Depaepe, Patriek Vanlaere, Johan Engels, Peter Laroy; staand: August Piers, Philippe Verleyen, Arnold Strobbe, Patriek De Meyer, Danny Maenhaut, Erik Wille, Jonas Maebe, Jan Van de Casteele

Atlas van het dialect in Vlaanderen

In onze gemeente wonen veel dialectvrienden en dialectvriendinnen. Welnu, het is misschien het moment om een van de tien exemplaren van de Atlas van het Dialect in Vlaanderen te winnen. Dit boek verschijnt in het najaar bij uitgeverij Lannoo. De Universiteit Gent lanceert naar aanleiding hiervan een vragenlijst en deelnemers kunnen meedingen naar die nieuwe uitgave. Klik vlug door naar deze pagina https://survey.flw.ugent.be/352621 en wie weet…

Appeltjes van het Meetjesland jaarboek 71

In juli 2021 verscheen het 71ste jaarboek Appeltjes van het Meetjesland, de uitgave van het Historisch Genootschap van het Meetjesland. Traditioneel brengt de publicatie breed uitgewerkte en stevige onderbouwde historische bijdragen gerelateerd aan de geschiedenis van de regio. Ronny Debbaut levert twee teksten: over een brandstichting in Zomergem (1655) en over een frauderende notaris uit diezelfde gemeente (halfweg 19de eeuw). Pieter De Reu verzorgt een uitgebreide socio-economische historische analyse van Ronsele op het einde van de 18de eeuw. Paul Van de Woestijne ploegt door het handschrift van Jacques Damme (1767-1813), auteur en onderwijzer uit Eeklo en verzorgt uitgebreide annotaties bij de tekst die refereert naar gebeurtenissen en voorvallen uit Eeklo en ver daarbuiten. Peter Laroy heeft het over seizoenarbeiders (in het kader van de strijd tussen Nederlandstaligen en Franstaligen in Vlaanderen in het begin van de 20ste eeuw) maar kadert het thema tegelijkertijd in Aalter en omgeving. In de vaste rubrieken verzorgt Filip Bastiaen de update van de regionale bibliografie en de kroniek en zijn er boekbesprekingen van de hand van Pieter De Reu, Ronny Debbaut en Marc Boone.

Meer info: lid worden van het Historisch Genootschap van het Meetjesland (inclusief jaarboek) kost 20 euro. Zie ook http://www.appeltjes-meetjesland.org.

Sint-Christoffel en de autowijding

24 juli is de naamdag van Sint-Christoffel. Deze beschermheilige van de reizigers inspireerde enkele mensen in Aalter-Brug in 1957 om vanaf dan jaarlijks een autowijding te organiseren. Concreet betekent het dat voertuigen van alle aard (auto’s maar ook tractoren, vrachtwagens, moto’s, bromfietsen, fietsen) worden voorgereden en er de zegen ontvangen van de pastoor. Met deze handeling worden volgens het volksgeloof de bestuurder en passagiers voor ongelukken behoed. De autowijding kadert in de volkscultuur en is een variant op bijvoorbeeld een paardenwijding (Sint-Elooi) of op de amuletten met de afbeelding van Sint-Christoffel die reizigers in vroegere tijden met zich meedroegen.

De autowijding in Aalter-Brug in juni 2021

Het gebruik bestaat nog altijd en is intussen op weg naar zijn 65ste verjaardag. Om praktische redenen (kermis en vakantieperiode) vond de wijding in Aalter-Brug plaats begin juni, enkele weken voor de officiële feestdag van de beschermer van de reizigers.

Meer hierover valt te lezen in het eind juni 2021 verschenen nummer van Erfgoed Aalter in een bijdrage van de hand van Philippe Verleyen. Een abonnement op Erfgoed Aalter kost 15 euro. Meer info via erfgoed.aalter@gmail.com of deze website.

Over de autowijding verscheen eerder ook het blogbericht https://geschiedenisvanaalter.blogspot.com/2011/06/autowijding-aalter-brug.html.

Op YouTube is een filmpje te vinden van de autowijding van afgelopen maand:

Het “zotte verhaal” van een Vlaams kasteel: hoe de baron het familiefortuin er doorheen joeg met een onmogelijk plan

Afgelopen dinsdag verscheen dit artikel in Het Nieuwsblad (geschreven door Paul de Meyer), na contacten met Erfgoed Aalter en onze medewerker Jan Camerlinckx:

Vlaams minister van Toerisme Zuhal Demir (N-VA) heeft het kasteel van Poeke van de gemeente Aalter gekocht voor 1 symbolische euro, laat het nu restaureren en stelt het straks open voor het publiek. “Mooi”, zegt Jan Camerlinckx, kenner van de geschiedenis van het kasteel. “Zo blijft ook dat zotte verhaal bewaard van kasteelheer Charles de Preud’homme d’Hailly.”

Zijde gemaakt in Poeke, van dat label droomde Charles Florent Idesbald de Preud’homme d’ Hailly, baron van Poeke. Het was 1750 en de man was net klaar met de verbouwing van het kasteel dat al 150 jaar in zijn familie was. Toch bleef Charles’ vrouw liever in Gent wonen dan te verhuizen naar dat boerengat Poeke (vandaag deel van Aalter).

Charles zocht dus iets om zijn kasteel meer grandeur te geven. Maar waarmee? Allicht kreeg hij zijn gouden inval toen hij eens op bezoek mocht bij Karel van Lotharingen, toen landvoogd over onze gewesten, de Zuidelijke Nederlanden. Karel had in zijn kasteeltuin in Tervuren moerbeibomen staan, en vertelde dat hij de bladeren van die boom zou voeden aan zijderupsen, om uit hun cocons zijde te spinnen.

Dat was het! Zijde. Charles zou een zijdefabriekje in zijn kasteel opzetten voor de productie van chique zijden kousen en linten. Dan zou het gauw gedaan zijn met de minachtende blikken van de andere edellieden, die de Preud’hommes eigenlijk maar omhooggevallen boerkes vonden. Nee, Charles zou een zijdemagnaat worden, en meteen toog hij naar de Kouter in Gent, waar Franse handelaars af en toe van die moerbeibomen verkochten.

Foto: MYE

Geen geduld

“Uit de geschriften van boekhouder Pieter Beerens weten we dat Charles al in 1750, dat is zeer kort nadat hij zijn eerste lading moerbeibomen kocht, zijn koetsier Desterbeek betaalde voor het gaedeslaen van de sydewormen’’, zegt Jan Camerlinckx, auteur van het boek Het kasteel van Poeke, Het mooiste landgoed van Vlaanderen. “Dat was veel te snel. Want pas na tien jaar zijn moerbeibladeren geschikt als voeding voor de zijdewormen. Zo lang had onze kasteelheer moeten wachten eer hij sydewormen kocht. Maar hij was te ongeduldig.”

Charles de Preud’homme besefte algauw dat hij de kennis moest gaan halen waar ze zat: in het zuiden van Frankrijk, waar de zijdeproductie toen wel al floreerde. Boekhouder Beerens schreef een brief naar zijdefabrikant Martin Pocachard uit Tours, waarin hij een zeer verbloemde voorstelling schetste van de kweek van zijderupsen en moerbeibomen in Poeke. Zou het Pocachard niets zeggen om naar Poeke te komen?

Pocachard kwam, en bracht zoals gevraagd eitjes mee van zijderupsen en professionele apparatuur om de draden van de cocons af te winden. “In Poeke was men helemaal klaar voor de start van de eerste Vlaamse zijdeproductie. De verwachting was dat Pocachard twee, misschien drie jaar zou blijven en dat er constant nieuwe moerbeibomen zouden worden aangeplant. De gronden daarvoor waren alvast vrijgemaakt. Er was ook houtskool aangekocht om de zalen waar de zijderupsen zouden verpoppen op temperatuur te houden”, zegt Camerlinckx.

Zo zag het kasteel van Poeke er uit toen Charles de Preud’homme d’Hailly er woonde

Gouden handdruk

Maar de euforie doofde snel. Eerst hield de Fransman de schijn nog wel hoog door zeer veel plukkers van moerbeibladeren aan te trekken. Maar helaas kwamen uit zijn eitjes te weinig rupsen. En weinig rupsen betekent weinig cocons, dus weinig zijde. Al na een paar maanden dook in de rekeningen van de boekhouder een soort gouden handdruk voor Martin Pocachard op. En weg was hij.

“Maar de kasteelheer gaf niet op”, zegt Jan Camerlinckx. “Hij zocht mensen in de buurt van het kasteel die thuis eitjes tot rupsen moesten opkweken met bladeren van de hen toegewezen bomen. Ook dat mislukte. Ons klimaat is simpelweg te koud voor zowel de rupsen als de bomen.”

Ondertussen had Charles zijn interesse in de zijde al verloren en was hij op vrijerspad in Parijs, waar hij het familiefortuin verder verbraste. Zijn vrouw vroeg de scheiding aan, zijn nakomelingen moesten uiteindelijk het kasteel verkopen.

En nu, 250 jaar later, komt het kasteel dus in Vlaamse handen, voor 1 symbolische euro. “Het domein moet een van de parels worden van het toekomstige Vlaams netwerk kastelen en tuinen”, zegt minister Zuhal Demir. “We willen het verhaal achter de kastelen overdragen aan onze kinderen en kleinkinderen, en een toeristisch kasteelbezoek in Vlaanderen even vanzelfsprekend maken als dat nu bij een bezoek aan Frankrijk is.” Desnoods zonder zijderupsen.

Het artikel is terug te vinden via deze link (enkel voor betalende abonnees): https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20210712_97037810

De bargie op bezoek in Aalter

In het weekend van 3 en 4 juli 2021 meerde de replica van de Gentse bargie twee dagen aan in Aalter. Het bezoek maakt deel uit van de lancering van het project Verhaal van het Kanaal. Twee studenten publieksgeschiedenis van de Universiteit Gent werkten de voorbije maanden een project uit rond de geschiedenis van het kanaal Gent-Brugge, het leven in de omgeving van de kanaal en de verhalen en tradities die er mee verband houden. Zij brachten deze informatie bijeen in de ErfgoedApp. In samenwerking met het gemeentebestuur zijn wandel- en fietsroutes uitgewerkt in de omgeving van het kanaal. Dankzij informatieborden en QR-codes kan met de smartphone de informatie worden opgehaald. Meer informatie en routes zijn te vinden via een informatiepagina op de website van de gemeente Aalter (www.aalter.be/kanaal).

Foto: De replica van de Gentse barge in de schaduw van het gebouw Boerenbond (Aveve) tijdens het bezoek aan Aalter (juli 2021)

Erfgoed Aalter ondersteunde dit project met het aanreiken van informatie en beeldmateriaal. Erik Wille leende zijn stem en zijn dialectkennis om de rol van de kapitein in te spreken in de ErfgoedApp. Enkele bestuursleden waren ook aanwezig toen de trekschuit feestelijk werd onthaald aan de kade in de Zuidleiestraat. In 2019 verscheen in het tijdschrift Erfgoed Aalter overigens een verhaal waarin een reis van Bellem naar Gent met de barge is beschreven. Een fragment hieruit is terug te vinden op de blog van Peter Laroy (https://geschiedenisvanaalter.blogspot.com/2021/07/naar-gent-met-de-bargie.html). Ook de regionale televisiezender AVS bracht de komst van de barge in beeld. De reportage is te herbekijken via https://www.avs.be/artikels/het-verhaal-van-het-kanaal-a81263.

Zomernummer Erfgoed Aalter

Deze week verschijnt het zomernummer van Erfgoed Aalter. De lezer die het blad in het midden openslaat, kijkt met verbazing naar de luchtfoto van de Aalterse dorpskern in 1961. De N44 is net aangelegd. In de verte is de autosnelweg Brussel-Oostende te zien. Bewoning aan de zijde Brouwerijstraat-Bierweg-Stratem-Sint-Maria-Aalterstraat is minimaal. Tussen de Stationsstraat en de N44 liggen weiden en akkerland. Enkele huizen uit de dorpskern zijn nu nog herkenbaar in het straatbeeld. Verbazend hoe een dorp in enkele decennia een transformatie ondergaat.

Het dorpsleven verliep in die tijd nog helemaal anders. Een bijdrage over de lancering van een heuse raket leert hoe een Aalterse wijkkermis inspireerde tot grootse daden. In Knesselare wisten ze overigens ook maar al te goed hoe er moest worden gefeest. Of het nu ging om het vieren van een dorpsgenoot, de inhuldiging van een pastoor of burgemeester of de opening van een gebouw: om een stoet te organiseren stonden ze altijd paraat. Een feestelijke aangelegenheid in Aalter-Brug is tot op vandaag de autowijding, een gebruik dat sinds 1957 in eer wordt gehouden. Van tradities weet ook August Van Parys uit Ursel mee te praten. Hij stelde een cd samen met Urselse vertelselkes en Erfgoed Aalter licht dit toe.

Oorlogstijd blijft tot de verbeelding spreken. In dit nummer gaat rond dit thema aandacht naar jonge kerels uit Lotenhulle die in het leger van Napoleon werden ingelijfd. In het Franse leger terechtkomen was een gevaarlijke onderneming, aldus de conclusie. De verandering ten gevolge van oorlog was ook merkbaar in Poeke in de meidagen van 1940, zo blijkt uit een eerder opgetekend getuigenis van Irène Buysse. Oorlogshandelingen hadden in 1918 ook de verwoesting van het kasteel Blekkerbos in St.-Maria-Aalter tot gevolg. Gelukkig kon het gebouw met een rijke geschiedenis worden heropgebouwd en is er nog een rijke geschiedenis.

Naast de zoektocht naar de betekenis van een ‘vergeten’ voorwerp is er tot slot aandacht voor dialect  (dialectliederen en het begrip vliem). Die streektaal is ook nooit ver weg in de herinneringen die Odilon Hallaert over de verhalen van De Bels in Bellem heeft opgetekend.

Leverden een bijdrage voor dit nummer: Jan Van de Casteele, Arnold Strobbe, Philippe Verleyen, Jean Camerlinckx, Patriek Vanlaere, Marc D’hooge, Jonas Maebe, Erik Wille, Chris De Wulf, Marie-Rose en Odilon Hallaert.

Een abonnement op Erfgoed Aalter kost 15 euro. Meer info via erfgoed.aalter@gmail.com of via deze website.

The beerstar

In navolging van de Russische en Amerikaanse pogingen om de ruimte te veroveren, werden er in de jaren vijftig en zestig verschillende satellieten en ruimtecapsules naar het heelal gelanceerd. Ook in Aalter werd een raket naar de maan geschoten.

Wie het volledige verhaal wil lezen, abonneert zich best op Erfgoed Aalter. De kostprijs is slechts 15 euro voor 4 nummers per jaar. Rekeningnummer: BE02 4426 5943 6140, met vermelding “Abonnement 2021”. Betalende leden mogen het volgende boekje eind juni verwachten.

Komt dat zien, komt dat zien: expo kermisaffiches

In de zomermaanden van 2021 loopt op verschillende plaatsen in het Meetjesland de expo Komt dat zien, komt dat zien. De aanleiding voor deze tentoonstelling vormt de verwerking van een collectie van honderden kermisaffiches afkomstig uit de gemeentearchieven van het Meetjesland. De voorbije jaren werkte Comeet (Erfgoedcel Meetjesland) een project uit rond deze erfgoedstukken. De affiches werden opgespoord, geïnventariseerd, gedigitaliseerd en klaar gemaakt voor duurzame bewaring. Via de Erfgoedbank Meetjesland kan het publiek dit (kwetsbare en broze) erfgoed online raadplegen.

De affiches zijn interessant op het vlak van vormgeving: de drukkers haalden de mooiste lettertypes uit en etaleerden hun vakmanschap. Het drukwerk diende om de aandacht te trekken. Niet enkel de plaatselijke bevolking diende overtuigd te worden om de kermisactiviteiten te bezoeken. De affiches kwamen ook terecht buiten het eigen dorp en vormden zo een belangrijk visitekaartje.

Kermisaffiche Aalter september 1889

De inhoud van dit drukwerk is even belangrijk: de lezer zal met verbazing opkijken hoe onze voorouders zich amuseerden. Er waren klassiekers zoals optreden van fanfares, wedstrijden met paarden en fietsen, duivenvluchten, schietingen en bollingen, enz. Zeker in de 19de eeuw was vermaak eenvoudig: hondenkoers, mastklimmen, zaklopen, ringsteken, enz.

Het loont zeker de moeite om te bladeren in deze digitale verzameling, ontdek ze via https://www.erfgoedbankmeetjesland.be/Detail/collections/KA

Peter Laroy bekeek de collectie al eens en geeft een eerste indruk op zijn blog https://geschiedenisvanaalter.blogspot.com/2021/05/aalterse-affiches-gedigitaliseerd.html

De tentoonstelling is te zien in het kunstencentrum ArtA’A (Stationsplein Aalter) van 22 mei 2021 tot 11 juni 2021. Daarna trekt zij verder door het Meetjesland.

Vereniging voor Heemkunde en Geschiedenis (Aalter, Aalter-Brug, Bellem Knesselare, Lotenhulle, Poeke, Sint-Maria-Aalter, Ursel)