Eerste nummer Erfgoed Aalter van 2022

De lente is in het land – weliswaar met een korte pauze op dit moment – en dus kan ook het eerste nummer van ons tijdschrift van dit jaar niet ontbreken. Ondertussen zitten we al aan de vierde jaargang van Erfgoed Aalter en zijn we blij dat we ons tijdschrift aan meer dan 700 leden kunnen aanbieden. Ben je nog geen lid? Bekijk dan zeker eens deze pagina.

Het vroegere station van Sint-Maria-Aalter

In deze editie zijn we weer op zoek gegaan naar diverse artikels over alle Aalterse deelgemeenten. Een bijdrage over het station van Sint-Maria-Aalter bijt de spits af, waarin Jean Camerlinckx op zoek gaat naar het belang van het station in de Eerste Wereldoorlog. Het levensverhaal van garagist Octaaf Strobbe uit Knesselare krijgt een passend vervolg, geschreven door zijn zoon Arnold. Vervolgens is er een bijdrage over “Eén van de grootste zonen van Bellem”, namelijk redemptorist Camiel Van de Steene (geschreven door Peter Laroy).

In de rubriek Achteruitkijkspiegel blikt Patriek Vanlaere terug op de rijke geschiedenis van de cinema Capitole in Aalter, die jammer genoeg tegen de vlakte is gegaan begin dit jaar. De centerfoto roept nostalgische gevoelens op bij iedereen die er ooit langs geweest is.
Het Gebouw met verhaal is de Watermeulenhoeve in Lotenhulle. Annie De Wulf vertelt ons meer over de geschiedenis van haar woonst, die de burgemeester van Pepingen in 1870 liet bouwen. Ook de schrijnwerkerij van Raymond Steyaert in Aalter-Brug is een gebouw met een verhaal dat verteld wordt door Philippe Verleyen.

De Watermeulenhoeve in Lotenhulle

Basile Alphonse De Poorter uit Poeke maakte eind 19de eeuw de oversteek naar de Verenigde Staten, wat hij daar ging doen kun je lezen op pagina 26 en 27. August Piers wijdt een derde en laatste deel aan het parochieblad van Ursel, wat ons een beeld geeft over het parochiaal leven tussen 1965 en 2013.

Tot slot kan de vaste waarde muile van lijntsjes niet ontbreken, waarin Erik Wille zich verdiept in de de ‘Atlas van het dialect in Vlaanderen’. Als uitsmijter is er uiteraard een speciaal voorwerp.

Oesje! Cinema Capitole onder de sloophamer

Men zou dit jaar een briljanten jubileum kunnen vieren rond cinema Capitole. Het heeft echter niet mogen zijn. Op 5 maart 2017 werd de laatste film vertoond en werd de zaal gesloten en momenteel zijn de afbraakwerken gestart.

Nieuwsgierig naar het nostalgische verhaal rond de Aalterse dorpscinema? Binnenkort (eind maart) uitvoerig te lezen in ons tijdschrift Erfgoed Aalter.

Voor slechts 15 euro ontvangt u een jaarabonnement van 4 nummers. (tevens een herinnering voor wie zijn abonnementsgeld 2022 nog niet vernieuwde)

Meer info bij:

Secretariaat:
Brugstraat 116, 9880 Aalter
09 374 41 07 – 0477/47.47.28
erfgoed.aalter@gmail.com

Rekeningnummer: BE02 4426 5943 6140

Erfgoed Aalter sluit 2021 in stijl af

Wie uit richting Aalter het centrum van Lotenhulle binnenrijdt, merkt aan de linkerkant een statige woning. Hier bevond zich lange tijd het notariaat van Robert Verstraete. De notaris was afkomstig uit Ruiselede (waar zijn vader gemeentesecretaris was) en vestigde zich na zijn huwelijk in de jaren 1930 in Lotenhulle. De mooie villa die hij liet bouwen geraakte tijdens de 18-daagse veldtocht zwaar beschadigd. Verstraete liet de woning herstellen en bouwde na de oorlog zijn notariaat verder uit. Een en ander is uitgebreid te lezen in het verhaal geschreven door Patriek De Meyer in het nummer van Erfgoed Aalter dat net voor het jaareinde 2021 verschijnt. 

Woning Verstraete Lotenhulle (aquarel Erik Wille)

Uit Knesselare komt het verhaal van een andere interessante carrière, met name die van Octaaf Strobbe. Hij vestigde zich als eerste garagist van Knesselare en maakte de naam Strobbe uit tot een begrip in de regio wanneer het om auto’s ging. Zoon Arnold schetst in het eerste deel van zijn bijdrage hoe de auto dankzij zijn vader in het plattelandsdorp zijn intrede deed net voor de Tweede Wereldoorlog. 

Een paar generaties groeiden op met het begrip dienstplicht. De verplichte legerdienst betekende voor veel jonge kerels afscheid van een vertrouwde thuis en omgeving maar tegelijkertijd was het een groot avontuur en ontdekkingstocht. Kort na de Tweede Wereldoorlog ontstond vanuit de katholieke zuil de organisatie Milac. De vereniging wilde een brug leggen tussen de jonge dienstplichtigen en het thuisfront en hen op moreel en sociaal gebied ondersteunen. Aalter kende een bloeiende afdeling, zo noteert Philippe Verleyen in zijn bijdrage. Diezelfde auteur vertelt in een tweede bijdrage over de landing van een helikopter in Aalter in 1963. 

Over luchtvaart gesproken: in 2019 organiseerde Erfgoed Aalter een druk bijgewoonde lezing over het oorlogsvliegveld Aalter. Danny Maenhaut zocht jarenlang met heel veel passie en gedrevenheid naar informatie en bundelde toen alles in een mooie presentatie. Het werk was afgerond, zo dacht hij. Tot zijn aandacht bij nieuwe infrastructuurwerken op het industriepark werd getrokken op een merkwaardige betonstrook. In Erfgoed Aalter licht hij een tipje van de sluier op. 

Genealogen kunnen in hun nopjes zijn met een mooie overzichtstabel boordevol namen met kerkmeesters uit Ursel in het Ancien Régime. Gust Piers stelde die samen op basis van o.a. diverse rekeningen. Dezelfde auteur werkt reeds een tijdje rond de Urselse parochiebladen en duikt ook nu in het religieus erfgoed. Verder is er aandacht voor gebouwen uit St.-Maria-Aalter (Dobbelaersgoed door Jan Camerlinckx) en uit Poeke (postkaart kasteel door Peter Laroy). Dialectliefhebbers komen aan hun trekken in de rubriek Etymologie (Chris De Wulf over ‘hesp’) en Muile van lijntsjes (Tineke De Pauw en Chris De Wulf over het dialectregister). Erik Wille tot slot kon eens te meer de hand leggen op een mysterieus voorwerp. Het vervolgverhaal van De Bels (Bellem), de telex en de centerfoto (noodbrug Aalter-Brug 1940) maken het plaatje compleet.

Meer info: Een jaarabonnement (4 nummers van 32 pagina’s) kost 15 euro. Schrijf dit bedrag over op BE02 4426 5943 6140 met vermelding abonnement Erfgoed Aalter of neem contact op met secretaris Patriek Vanlaere (erfgoed.aalter@gmail – 09/374.41.07).

Beethoven in Aalter

Ludwig van Beethoven (1770-1872) geldt als een van de meest vooraanstaande componisten en musici uit de recente geschiedenis. Naar aanleiding van de verjaardag van zijn 250ste geboortedag organiseert Erfgoed Aalter een expo in de Aalterse bibliotheek ArtA’A. De basis voor deze tentoonstelling vormt de postzegelcollectie van bestuurslid Dries Alyn.

Erfgoed Aalter exposeert in ArtA’A (december 2021)

Decennia lang verzamelt Alyn met veel passie en interesse postzegels rond diverse thema’s, waaronder dus ook belangrijke componisten. In de beste filatelistische traditie gaat hij voor de presentatie op zoek naar achtergrondinformatie en reconstrueert het leven en werk van Beethoven aan de hand van uitgaven uit de hele wereld. Een bezoek aan de tentoonstelling maakt overigens duidelijk dat Beethoven niet enkel in West-Europa, maar wereldwijd een gevierd kunstenaar is. 

De strakke architectuur van ArtA’A ondersteunt de expo

De 20 tentoonstellingspanelen komen mooi tot hun recht in het strakke interieur van het Aalterse kunstencentrum ArtA’A dat vorig jaar officieel werd geopend. In het gebouw zijn zowel de bibliotheek als de Academie voor muziek, woord en dans en het genealogisch documentatiecentrum gehuisvest. Beethoven had zich ongetwijfeld geen betere plek kunnen voorstellen om even langs te komen in Aalter. 

Praktische informatie

  • De tentoonstelling 250 jaar Beethoven in postzegels is gratis te bezoeken van 10 december tot en met 31 december 2021 tijdens de openingsuren (9.00 u tot 19.00 u, op zaterdag tot 13.00 u).
  • Een folder leidt de bezoeker door de tentoonstelling. 
  • Parkeren kan vlakbij op parking Station Aalter. 
  • Een organisatie van Erfgoed Aalter i.s.m. Bibliotheek en Gemeentebestuur Aalter.

Nacht van de Meetjeslandse Kerken

Van vrijdag 19 tot en met zondag 21 november organiseren Erfgoedcel en IOED Meetjesland samen met tal van (erfgoed)verenigingen en 17 Meetjeslandse kerkraden de Nacht van de Meetjeslandse Kerken.

Zeventien parochiekerken openen hun deuren voor het grote publiek en zetten daarmee het religieus erfgoed uit onze regio in de kijker. Herontdek dit prachtige erfgoed tijdens de Nacht van de Meetjeslandse Kerken. Duik in het programma en maak jouw keuze uit het grote activiteitenaanbod!

Voor Aalter nemen 4 kerken deel aan deze organisatie, namelijk die van Ursel, Lotenhulle, Sint-Maria-Aalter en Bellem.

Meer informatie is terug te vinden via deze link: https://www.uitinhetmeetjesland.be/content/kerken

Samenkomst bestuur en medewerkers

Voor het eerst sinds januari 2020 konden bestuur en medewerkers van Erfgoed Aalter elkaar nog eens ontmoeten op woensdagavond 29 september 2021. Plaats van afspraak was de vergaderzaal van ’t Koffieboontje, letterlijk in de schaduw van de Aalterse kerktoren. Er volgde een terugblik op de voorbije maanden. Het gelijknamige erfgoedtijdschrift was voor veel lezers een welgekomen afwisseling in tijden van pandemie en lockdown. Voor het najaar is deelname voorzien aan de Nacht van de Meetjeslandse Kerken (20-21 november 2021) en is op vrijdagavond 10 december 2021 een optreden gepland met het nieuwe programma van Erik Wille over de Tweede Wereldoorlog.

Op de foto: zittend: Simon Van Damme, Dries Alyn, Marc D’Hooge, Ine Depaepe, Patriek Vanlaere, Johan Engels, Peter Laroy; staand: August Piers, Philippe Verleyen, Arnold Strobbe, Patriek De Meyer, Danny Maenhaut, Erik Wille, Jonas Maebe, Jan Van de Casteele

Atlas van het dialect in Vlaanderen

In onze gemeente wonen veel dialectvrienden en dialectvriendinnen. Welnu, het is misschien het moment om een van de tien exemplaren van de Atlas van het Dialect in Vlaanderen te winnen. Dit boek verschijnt in het najaar bij uitgeverij Lannoo. De Universiteit Gent lanceert naar aanleiding hiervan een vragenlijst en deelnemers kunnen meedingen naar die nieuwe uitgave. Klik vlug door naar deze pagina https://survey.flw.ugent.be/352621 en wie weet…

Appeltjes van het Meetjesland jaarboek 71

In juli 2021 verscheen het 71ste jaarboek Appeltjes van het Meetjesland, de uitgave van het Historisch Genootschap van het Meetjesland. Traditioneel brengt de publicatie breed uitgewerkte en stevige onderbouwde historische bijdragen gerelateerd aan de geschiedenis van de regio. Ronny Debbaut levert twee teksten: over een brandstichting in Zomergem (1655) en over een frauderende notaris uit diezelfde gemeente (halfweg 19de eeuw). Pieter De Reu verzorgt een uitgebreide socio-economische historische analyse van Ronsele op het einde van de 18de eeuw. Paul Van de Woestijne ploegt door het handschrift van Jacques Damme (1767-1813), auteur en onderwijzer uit Eeklo en verzorgt uitgebreide annotaties bij de tekst die refereert naar gebeurtenissen en voorvallen uit Eeklo en ver daarbuiten. Peter Laroy heeft het over seizoenarbeiders (in het kader van de strijd tussen Nederlandstaligen en Franstaligen in Vlaanderen in het begin van de 20ste eeuw) maar kadert het thema tegelijkertijd in Aalter en omgeving. In de vaste rubrieken verzorgt Filip Bastiaen de update van de regionale bibliografie en de kroniek en zijn er boekbesprekingen van de hand van Pieter De Reu, Ronny Debbaut en Marc Boone.

Meer info: lid worden van het Historisch Genootschap van het Meetjesland (inclusief jaarboek) kost 20 euro. Zie ook http://www.appeltjes-meetjesland.org.

Sint-Christoffel en de autowijding

24 juli is de naamdag van Sint-Christoffel. Deze beschermheilige van de reizigers inspireerde enkele mensen in Aalter-Brug in 1957 om vanaf dan jaarlijks een autowijding te organiseren. Concreet betekent het dat voertuigen van alle aard (auto’s maar ook tractoren, vrachtwagens, moto’s, bromfietsen, fietsen) worden voorgereden en er de zegen ontvangen van de pastoor. Met deze handeling worden volgens het volksgeloof de bestuurder en passagiers voor ongelukken behoed. De autowijding kadert in de volkscultuur en is een variant op bijvoorbeeld een paardenwijding (Sint-Elooi) of op de amuletten met de afbeelding van Sint-Christoffel die reizigers in vroegere tijden met zich meedroegen.

De autowijding in Aalter-Brug in juni 2021

Het gebruik bestaat nog altijd en is intussen op weg naar zijn 65ste verjaardag. Om praktische redenen (kermis en vakantieperiode) vond de wijding in Aalter-Brug plaats begin juni, enkele weken voor de officiële feestdag van de beschermer van de reizigers.

Meer hierover valt te lezen in het eind juni 2021 verschenen nummer van Erfgoed Aalter in een bijdrage van de hand van Philippe Verleyen. Een abonnement op Erfgoed Aalter kost 15 euro. Meer info via erfgoed.aalter@gmail.com of deze website.

Over de autowijding verscheen eerder ook het blogbericht https://geschiedenisvanaalter.blogspot.com/2011/06/autowijding-aalter-brug.html.

Op YouTube is een filmpje te vinden van de autowijding van afgelopen maand:

Het “zotte verhaal” van een Vlaams kasteel: hoe de baron het familiefortuin er doorheen joeg met een onmogelijk plan

Afgelopen dinsdag verscheen dit artikel in Het Nieuwsblad (geschreven door Paul de Meyer), na contacten met Erfgoed Aalter en onze medewerker Jan Camerlinckx:

Vlaams minister van Toerisme Zuhal Demir (N-VA) heeft het kasteel van Poeke van de gemeente Aalter gekocht voor 1 symbolische euro, laat het nu restaureren en stelt het straks open voor het publiek. “Mooi”, zegt Jan Camerlinckx, kenner van de geschiedenis van het kasteel. “Zo blijft ook dat zotte verhaal bewaard van kasteelheer Charles de Preud’homme d’Hailly.”

Zijde gemaakt in Poeke, van dat label droomde Charles Florent Idesbald de Preud’homme d’ Hailly, baron van Poeke. Het was 1750 en de man was net klaar met de verbouwing van het kasteel dat al 150 jaar in zijn familie was. Toch bleef Charles’ vrouw liever in Gent wonen dan te verhuizen naar dat boerengat Poeke (vandaag deel van Aalter).

Charles zocht dus iets om zijn kasteel meer grandeur te geven. Maar waarmee? Allicht kreeg hij zijn gouden inval toen hij eens op bezoek mocht bij Karel van Lotharingen, toen landvoogd over onze gewesten, de Zuidelijke Nederlanden. Karel had in zijn kasteeltuin in Tervuren moerbeibomen staan, en vertelde dat hij de bladeren van die boom zou voeden aan zijderupsen, om uit hun cocons zijde te spinnen.

Dat was het! Zijde. Charles zou een zijdefabriekje in zijn kasteel opzetten voor de productie van chique zijden kousen en linten. Dan zou het gauw gedaan zijn met de minachtende blikken van de andere edellieden, die de Preud’hommes eigenlijk maar omhooggevallen boerkes vonden. Nee, Charles zou een zijdemagnaat worden, en meteen toog hij naar de Kouter in Gent, waar Franse handelaars af en toe van die moerbeibomen verkochten.

Foto: MYE

Geen geduld

“Uit de geschriften van boekhouder Pieter Beerens weten we dat Charles al in 1750, dat is zeer kort nadat hij zijn eerste lading moerbeibomen kocht, zijn koetsier Desterbeek betaalde voor het gaedeslaen van de sydewormen’’, zegt Jan Camerlinckx, auteur van het boek Het kasteel van Poeke, Het mooiste landgoed van Vlaanderen. “Dat was veel te snel. Want pas na tien jaar zijn moerbeibladeren geschikt als voeding voor de zijdewormen. Zo lang had onze kasteelheer moeten wachten eer hij sydewormen kocht. Maar hij was te ongeduldig.”

Charles de Preud’homme besefte algauw dat hij de kennis moest gaan halen waar ze zat: in het zuiden van Frankrijk, waar de zijdeproductie toen wel al floreerde. Boekhouder Beerens schreef een brief naar zijdefabrikant Martin Pocachard uit Tours, waarin hij een zeer verbloemde voorstelling schetste van de kweek van zijderupsen en moerbeibomen in Poeke. Zou het Pocachard niets zeggen om naar Poeke te komen?

Pocachard kwam, en bracht zoals gevraagd eitjes mee van zijderupsen en professionele apparatuur om de draden van de cocons af te winden. “In Poeke was men helemaal klaar voor de start van de eerste Vlaamse zijdeproductie. De verwachting was dat Pocachard twee, misschien drie jaar zou blijven en dat er constant nieuwe moerbeibomen zouden worden aangeplant. De gronden daarvoor waren alvast vrijgemaakt. Er was ook houtskool aangekocht om de zalen waar de zijderupsen zouden verpoppen op temperatuur te houden”, zegt Camerlinckx.

Zo zag het kasteel van Poeke er uit toen Charles de Preud’homme d’Hailly er woonde

Gouden handdruk

Maar de euforie doofde snel. Eerst hield de Fransman de schijn nog wel hoog door zeer veel plukkers van moerbeibladeren aan te trekken. Maar helaas kwamen uit zijn eitjes te weinig rupsen. En weinig rupsen betekent weinig cocons, dus weinig zijde. Al na een paar maanden dook in de rekeningen van de boekhouder een soort gouden handdruk voor Martin Pocachard op. En weg was hij.

“Maar de kasteelheer gaf niet op”, zegt Jan Camerlinckx. “Hij zocht mensen in de buurt van het kasteel die thuis eitjes tot rupsen moesten opkweken met bladeren van de hen toegewezen bomen. Ook dat mislukte. Ons klimaat is simpelweg te koud voor zowel de rupsen als de bomen.”

Ondertussen had Charles zijn interesse in de zijde al verloren en was hij op vrijerspad in Parijs, waar hij het familiefortuin verder verbraste. Zijn vrouw vroeg de scheiding aan, zijn nakomelingen moesten uiteindelijk het kasteel verkopen.

En nu, 250 jaar later, komt het kasteel dus in Vlaamse handen, voor 1 symbolische euro. “Het domein moet een van de parels worden van het toekomstige Vlaams netwerk kastelen en tuinen”, zegt minister Zuhal Demir. “We willen het verhaal achter de kastelen overdragen aan onze kinderen en kleinkinderen, en een toeristisch kasteelbezoek in Vlaanderen even vanzelfsprekend maken als dat nu bij een bezoek aan Frankrijk is.” Desnoods zonder zijderupsen.

Het artikel is terug te vinden via deze link (enkel voor betalende abonnees): https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20210712_97037810

Vereniging voor Heemkunde en Geschiedenis (Aalter, Aalter-Brug, Bellem, Knesselare, Lotenhulle, Poeke, Sint-Maria-Aalter, Ursel)